 |
| De
echolaborante brengt met behulp van de transducer het hart in
beeld |
|
Tijdens een echocardiografisch onderzoek worden plaatjes
van de hartspier en van de hartkleppen gevormd met behulp van
geluidsgolven. De geluidsgolven worden weerkaatst door de wanden en de
kleppen van het hart en worden via de "transducer" omgevormd tot
een (tweedimensionaal bewegend) beeld. Het echocardiogram geeft informatie
over de afmetingen van de verschillende kamers van het hart, de
wandbewegingen, klepbewegingen en over eventuele afwijkingen. Een doppler
meting gebeurt met behulp van dezelfde transducer. De bloedstroomsnelheid
over de verschillende hartkleppen wordt gemeten aan de hand van de
frequentieverschuiving die de teruggekaatste geluidsgolven ondergaan. Deze
verschilfrequentie valt in het hoorbare gebied. Deze geluiden horen er dus
bij. De doppler metingen vinden plaats tijdens het echo onderzoek. |