| Het hartinfarct
|
||
| Hoe ontstaat een hartinfarct? | ||
|
||
| Het lichaam
wilt deze beschadiging opruimen. Allerlei soorten cellen trekken naar de
beschadiging toe en hopen zich in de binnenwand op. Ook stapelt bloedvet,
cholesterol, hierin op. Hierdoor ontstaat een brijachtige massa. Deze
massa wordt plaque genoemd. Afhankelijk van het aantal kransslagaders die
zijn aangetast door atherosclerose spreekt men van één-, twee- of
drietakslijden. Atherosclerose heeft meerdere oorzaken. Als hart- en
vaatziekte in de familie voorkomt is de kans op het ontstaan van
aderverkalking groter. Maar ook roken, een te hoge bloeddruk, suikerziekte,
een te hoog cholesterol en overgewicht hebben een negatieve invloed op het
ontstaan van aderverkalking.
Echter de atherosclereuze plaque kan 'instabiel' worden. Er ontstaat dan een scheur in de plaque. Dit zorgt voor een hele reeks processen in het bloed en de bloedvaten. Er ontstaat een bloedklonter in de desbetreffende kransslagader, waardoor het bloedvat geheel of gedeeltelijk wordt afgesloten. Hierdoor krijgt een bepaald deel van het hart geen of onvoldoende bloed. Nu is er sprake van een hartinfarct, oftewel een hartaanval. Als de afsluiting van het bloedvat te lang duurt (vanaf 20 tot 30 minuten) sterft hartweefsel af. Dit is het hartweefsel dat afhankelijk is van de bloed- en zuurstofvoorziening van het afgesloten bloedvat. Hoe langer de afsluiting duurt, des te meer schade het hart oploopt. De patiënt ervaart nu blijvende pijn op de borst, welke niet vermindert bij rust of op een spray nitroglycerine onder de tong. Vaak gaan de klachten gepaard met misselijkheid, zweten en/of braken. Bij het hebben van deze klachten of het zien van deze klachten bij andere personen moet meteen 112 worden gebeld. De patiënt moet zo snel mogelijk door de ambulance naar het ziekenhuis worden gebracht. Alleen door snel medisch ingrijpen kan de schade van het hart beperkt blijven.
|
||
|
||
| Echter de atherosclereuze plaque kan 'instabiel' worden. Er ontstaat
dan een scheur in de plaque. Dit zorgt voor een hele reeks processen in
het bloed en de bloedvaten. Er ontstaat een bloedklonter in de
desbetreffende kransslagader, waardoor het bloedvat geheel of gedeeltelijk
wordt afgesloten. Hierdoor krijgt een bepaald deel van het hart geen of
onvoldoende bloed. Nu is er sprake van een hartinfarct, oftewel een
hartaanval. Als de afsluiting van het bloedvat te lang duurt (vanaf 20 tot
30 minuten) sterft hartweefsel af. Dit is het hartweefsel dat afhankelijk
is van de bloed- en zuurstofvoorziening van het afgesloten bloedvat.
Hoe langer de afsluiting duurt, des te meer schade het hart oploopt. De patiënt ervaart nu blijvende pijn op de borst, welke niet vermindert bij rust of op een spray nitroglycerine onder de tong. Vaak gaan de klachten gepaard met misselijkheid, zweten en/of braken. Bij het hebben van deze klachten of het zien van deze klachten bij andere personen moet meteen 112 worden gebeld. De patiënt moet zo snel mogelijk door de ambulance naar het ziekenhuis worden gebracht. Alleen door snel medisch ingrijpen kan de schade van het hart beperkt blijven.
|
||
| Hoe wordt de diagnose van een hartinfarct gesteld? | ||
| De diagnose van een hartinfarct wordt gesteld op basis van
de klachten en het elektrocardiogram (ECG of hartfilmpje). Op het
hartfilmpje ziet men verandering van de elektrische activiteit van het
hart. Ook zal er bloed worden geprikt. In het bloed worden
afbraakproducten van het hart gezien. Echter, als de diagnose van het
hartinfarct duidelijk is op basis van het verhaal en het hartfilmpje,
wordt niet meer op de bloeduitslagen gewacht. Het is dan belangrijk om zo
snel mogelijk medisch in te grijpen om het bloedvat open te krijgen. Zo'n
ingreep kan alleen als de klachten nog niet langer duren dan negen uur.
Daarom is het belangrijk om zo snel mogelijk 112 te bellen bij het
optreden van deze klachten.
|
||
| Hoe wordt de afgesloten kransslagader weer geopend? | ||
| De patiënt krijgt aspirine om het verder klonteren van het
bloed tegen te gaan. Ook krijgt de patiënt pijnstilling. Medicijnen
worden via een infuus in een bloedvat gespoten. Soms gaat de kransslagader
vanzelf open, maar meestal is een medische handeling nodig voor het openen
van het bloedvat. Dit kan op twee manieren: met thrombolytica of door
middel van een primaire PTCA.
I Thrombolytica Thrombolytica zijn stolseloplossende medicijnen. Ze breken het bindweefsel en andere bestandelen van de bloedklonter af. Hierdoor lost de bloedklonter op en kan er weer bloed door de kransslagader stromen. Thrombolytica worden via een bloedvat het lichaam ingespoten. Als bijwerking kunnen bloedingen optreden. Daarom zal de arts eerst goed kijken of de patiënt geschikt is voor het krijgen van deze medicijnen. Er zijn verschillende soorten thrombolytica op de markt: streptokinase, alteplase, anistreplase en urokinase. Welk middel wordt gebruikt hangt af van de voorkeur van de hartspecialist.
|
||
|
||
|
Opname op de hartafdeling |
||
| De eerste 24 uur wordt de patiënt opgenomen op de
hartbewaking. De arts en verpleegkundige zullen de patiënt goed in de
gaten houden. Regelmatig worden hartfilmpjes gemaakt, bloed geprikt en de
bloeddruk gemeten. De hartactiviteit wordt continu in de gaten gehouden op
een monitor. De patiënt krijgt medicijnen om het hart zo min mogelijk te
belasten en de kans op een herhaling van een infarct te verkleinen. Ook
zal worden gelet op adequate pijnstilling. Na 12 uur mag de patiënt,
onder begeleiding van de verpleegkundige en de fysiotherapeut, uit bed
komen.
Als alles probleemloos verloopt gaat de patiënt de tweede dag naar de gewone hartafdeling. Ook hier wordt de patiënt goed in de gaten gehouden door het volgen van de hartactiviteit op de monitor, regelmatige bloeddruk controles en bloedprikken. De lichamelijke activiteiten worden, samen met de fysiotherapeut, uitgebreid. De patiënt krijgt adviezen over hoe ze zelf het risico op een herhaling van een infarct kunnen verkleinen. Zo zorgt stoppen met roken dat de kans op een herhaling met 50% wordt verminderd. Ook helpt het om meer te bewegen, gezond te eten, goed de medicijnen in te nemen en af te vallen (als er sprake is van overgewicht). Er wordt uitgelegd welke medicijnen de patiënt moet slikken en waarom ze deze moeten slikken. Sommige medicijnen moeten levenslang worden ingenomen, andere medicijnen kunnen na een tijd worden gestopt onder begeleiding van de arts. De opname in het ziekenhuis duurt minimaal 3 dagen. Het kan zijn dat de lichamelijke toestand van de patiënt het niet toelaat om zo snel naar huis te gaan. Dan zal de patiënt langer in het ziekenhuis blijven. Dit wordt door de arts beslist. Verdere controle gebeurt op de hartpoli. Dit kunt u lezen in Mijn behandelplan. |