MISSION! Verbeteren van de zorg voor patiënten met een hartinfarct, Leiden 2004

 

De geschiedenis van de behandeling van het hartinfarct in vogelvlucht

 

In de afgelopen jaren is er veel veranderd in de medische zorg voor patiënten met een acuut hartinfarct. Tot midden jaren zeventig vorige eeuw was de prognose van patiënten met een acuut hartinfarct nog zeer matig. Veel patiënten overleden aan de gevolgen van complicaties. De komst van hartbewakingseenheden zorgde voor een hele verbetering. Hier worden de patiënten 24 uur per dag bewaakt door speciaal opgeleid personeel. Begin jaren tachtig werd een volgende stap gezet met de introductie van stolseloplossende geneesmiddelen (de zogenaamde thrombolytica). Daarnaast kwamen medicijnen op de markt die de beschadiging van het hart, als gevolg van het hartinfarct, deels konden tegengaan (de ACE-remmers en de bètablokkers). Door deze medicijnen wordt ook de kans op een herhaling van een infarct verkleind. Sinds het begin van de jaren negentig werd de Dotter procedure (PTCA) gebruikt om het verstopte bloedvat, dat het hartinfarct veroorzaakt, te openen. Bij het dotteren wordt het afgesloten bloedvat geopend door hier een ballontje in op te blazen. Sindsdien worden meer en meer patiënten in de acute fase op deze manier behandeld. De laatste jaren worden deze procedures meestal gecombineerd met een stent implantatie. Dit is een metalen veertje dat de geopende kransslagader openhoudt. Door al deze maatregelen is de prognose van patiënten sterk verbeterd. Ook is de zorg na ziekenhuisopname verbeterd door invoering van hartrevalidatie programma's. Verder is het mogelijk geworden om patiënten, na een groot hartinfarct, te beschermen voor levensbedreigende hartritmestoornissen door middel van het implanteren van een inwendige defibrillator.
 
-> verder