| 1) Cholesterolverlager |
| Mede door onze westerse eetgewoonten is het
cholesterol van veel mensen te hoog, hoewel ook erfelijke aanleg een
belangrijke rol speelt. Het is daarom belangrijk dat u, naast een
gezond dieet, ook een cholesterol verlagend middel gebruikt. Wij
gebruiken meestal één van de volgende geneesmiddelen: atorvastatine
of rosuvastatine. Indien uw cholesterolwaarde in het bloed goed is,
is het toch belangrijk om dit middel te gebruiken. Deze
cholesterolverlagers hebben namelijk ook een lokaal effect op de
atherosclerose. |
| |
Bijwerkingen: in het begin van de
behandeling kunt u last krijgen van misselijkheid, diarree,
verstopping, brandend maagzuur, duizeligheid, hoofdpijn en
huiduitslag. Neem contact op met uw arts als er sprake is van koorts,
spierkrampen, ongewone vermoeidheid of zwakheid. |
| |
|
|
| 2) ACE-remmer en Angiotensine-II remmer |
| ACE-remmers zijn medicijnen die ervoor
zorgen dat het hart in model blijft, waardoor de pompfunctie zo goed
mogelijk blijft. Ook door verlaging van de bloeddruk ontlast de ACE-remmer
het hart. Wij gebruiken in principe perindopril of ramipril. Wanneer
één van deze medicijnen niet goed wordt verdragen, dan wordt een
Angiotensine-II remmer gebruikt. Wij gebruiken dan candesartan of
valsartan. |
| |
Bijwerkingen: in het begin van de
behandeling kunt u last krijgen van duizeligheid, zwakte, hoofdpijn,
misselijkheid, diarree, kriebelhoest en smaakverlies. Het is
belangrijk dat u contact opneemt met uw arts als u last krijgt van
koorts of koude rillingen, huiduitslag, opgezwollen gezicht, handen
of voeten of als u plotseling moeite hebt met slikken of ademen.
|
|
3) Antistolling |
| Antistolling is belangrijk om
stolselvorming in de kransslagaders te voorkomen. Ze remmen het
samenklonteren van bloedplaatjes. U krijgt meestal twee
geneesmiddelen:
1. aspirine: dit is voor uw gehele leven.
2. clopidogrel: dit krijgt u gedurende het eerste jaar na het
infarct. |
| |
Bijwerkingen: u kunt last krijgen
van maagpijn, brandend maagzuur, misselijkheid en diarree. Neem
contact op met uw arts als u last heeft van ongewoon bloedverlies,
zoals bloed in de urine, bloed in uw ontlasting of een heftige
bloedneus. Ook als u last krijgt van spontaan ontstane blauwe
plekken. |
|
4) Bèta-blokker |
| Bèta-blokkers verminderen de
zuurstofbehoefte van het hart door bloeddrukverlaging en het ritme
van het hart te verminderen. Ook wordt de kans op een ernstige
ritmestoornis verkleind. In principe krijgt u atenolol of metoprolol
voorgeschreven. Maar als er sprake is van een ritmestoornis, dan kan
het zijn dat u sotalol krijgt. |
| |
Bijwerkingen: in het begin van de
behandeling kunt u last krijgen van vermoeidheid, duizeligheid,
koude handen en voeten, minder zin om te vrijen, hoofdpijn, klachten
bij het zien en droge ogen. Deze klachten verdwijnen meestal als het
lichaam gewend is aan het nieuwe medicijn. |
|
5) Overige
medicijnen |
| Naast eerder genoemde medicijnen kan het
nodig zijn om nog andere medicijnen te gebruiken. Zo kunt u een
aldosteron remmer erbij krijgen, wanneer er sprake is van een
verminderde pompfunctie van het hart. Hiervoor gebruiken we
eplerenone. Dit zal de arts met u bespreken. |