Mijn medicijnen
 
Een hartinfarct en medicijnen

Goed innemen van de voorgeschreven medicijnen verkleint de kans op herhaling van een hartinfarct

Medicijnen spelen een belangrijke rol in de behandeling van het hartinfarct. Met deze medicijnen wordt de kans op een herhaling van een hartinfarct verkleind. Het hart wordt ontlast en verdere uitbreiding van atherosclerose wordt zoveel mogelijk voorkomen.

Daarom is het belangrijk om deze medicijnen goed in te nemen. Ook is het belangrijk dat u zelf weet welke medicijnen u slikt. U wordt dan ook geadviseerd, om na het ontslag uit het ziekenhuis, altijd een recente medicijnenlijst bij u te dragen, bijvoorbeeld in uw portemonnee.

 

Om welke medicijnen gaat het?

 

1) Cholesterolverlager

 

Mede door onze westerse eetgewoonten is het cholesterol van veel mensen te hoog, hoewel ook erfelijke aanleg een belangrijke rol speelt. Het is daarom belangrijk dat u, naast een gezond dieet, ook een cholesterol verlagend middel gebruikt. Wij gebruiken meestal één van de volgende geneesmiddelen: atorvastatine of rosuvastatine. Indien uw cholesterolwaarde in het bloed goed is, is het toch belangrijk om dit middel te gebruiken. Deze cholesterolverlagers hebben namelijk ook een lokaal effect op de atherosclerose.

   

Bijwerkingen: in het begin van de behandeling kunt u last krijgen van misselijkheid, diarree, verstopping, brandend maagzuur, duizeligheid, hoofdpijn en huiduitslag. Neem contact op met uw arts als er sprake is van koorts, spierkrampen, ongewone vermoeidheid of zwakheid.

     
 

2) ACE-remmer en Angiotensine-II remmer

 

ACE-remmers zijn medicijnen die ervoor zorgen dat het hart in model blijft, waardoor de pompfunctie zo goed mogelijk blijft. Ook door verlaging van de bloeddruk ontlast de ACE-remmer het hart. Wij gebruiken in principe perindopril of ramipril. Wanneer één van deze medicijnen niet goed wordt verdragen, dan wordt een Angiotensine-II remmer gebruikt. Wij gebruiken dan candesartan of valsartan.

   

Bijwerkingen: in het begin van de behandeling kunt u last krijgen van duizeligheid, zwakte, hoofdpijn, misselijkheid, diarree, kriebelhoest en smaakverlies. Het is belangrijk dat u contact opneemt met uw arts als u last krijgt van koorts of koude rillingen, huiduitslag, opgezwollen gezicht, handen of voeten of als u plotseling moeite hebt met slikken of ademen.

 

3)     Antistolling

 

Antistolling is belangrijk om stolselvorming in de kransslagaders te voorkomen. Ze remmen het samenklonteren van bloedplaatjes. U krijgt meestal twee geneesmiddelen:
1. aspirine: dit is voor uw gehele leven.
2. clopidogrel: dit krijgt u gedurende het eerste jaar na het infarct.

   

Bijwerkingen: u kunt last krijgen van maagpijn, brandend maagzuur, misselijkheid en diarree. Neem contact op met uw arts als u last heeft van ongewoon bloedverlies, zoals bloed in de urine, bloed in uw ontlasting of een heftige bloedneus. Ook als u last krijgt van spontaan ontstane blauwe plekken.

 

4)     Bèta-blokker

 

Bèta-blokkers verminderen de zuurstofbehoefte van het hart door bloeddrukverlaging en het ritme van het hart te verminderen. Ook wordt de kans op een ernstige ritmestoornis verkleind. In principe krijgt u atenolol of metoprolol voorgeschreven. Maar als er sprake is van een ritmestoornis, dan kan het zijn dat u sotalol krijgt.

   

Bijwerkingen: in het begin van de behandeling kunt u last krijgen van vermoeidheid, duizeligheid, koude handen en voeten, minder zin om te vrijen, hoofdpijn, klachten bij het zien en droge ogen. Deze klachten verdwijnen meestal als het lichaam gewend is aan het nieuwe medicijn.

 

5)     Overige medicijnen

 

Naast eerder genoemde medicijnen kan het nodig zijn om nog andere medicijnen te gebruiken. Zo kunt u een aldosteron remmer erbij krijgen, wanneer er sprake is van een verminderde pompfunctie van het hart. Hiervoor gebruiken we eplerenone. Dit zal de arts met u bespreken.