|
Hoofdstuk 6. Hart- en vaatziekten
6.1 Inleiding
Voor de geschiktheidsbeoordeling zijn (ook) bij hart- en
vaatziekten van belang: de actuele lichamelijke conditie (al
of geen klachten optredend bij deelname aan het verkeer), de
voorgeschiedenis (aangeboren of verworven aandoening, status
na operatie en dergelijke), en de prognose (kans op
verergering van klachtenpatroon, kans op complicaties).
Bij het formuleren van onderstaande eisen is met deze
aspecten - die nogal kunnen verschillen per type aandoening
- rekening gehouden. Voor de indeling van klachten naar
ernst is de classificatie van de New York Heart Association
(NYHA) gevolgd.
6.2 Chronisch hartfalen
Onvoldoende pompwerking van het hart (decompensatio
cordis) kan berusten op een of meer oorzaken zoals
aandoeningen genoemd in de hierna volgende paragrafen. Voor
de specifieke criteria bij deze aandoeningen zij naar deze
paragrafen verwezen. Is de oorzaak een andere dan hierna
genoemd of is de oorzaak niet goed bekend, dan gelden in het
algemeen de volgende richtlijnen.
Bij rijbewijzen van groep 1 is voor de
geschiktheidsbeoordeling de aantekening van de keurend arts
doorgaans voldoende. Voor groep 2 is steeds een
specialistisch rapport vereist. Bij personen met lichte tot
matige klachten bedraagt de maximale geschiktheidstermijn
voor groep 1 vijf jaar; zij zijn in het algemeen ongeschikt
voor rijbewijzen van groep 2. Personen met ernstige klachten
(NYHA klasse 3 en 4) zijn ongeschikt voor ieder rijbewijs.
Voor transplantatie van hart en/of long(en): zie paragraaf
5.7.2.
6.3 Ischemische hartziekten
Het gaat hierbij om alle personen met
kransvatlijden, ongeacht of zij daarvoor in behandeling zijn
(geweest) of in het verleden een ingreep hebben ondergaan
zoals een coronaire-bypassoperatie of een dotterbehandeling
(PTCA). Van belang voor de geschiktheidsbeoordeling zijn het
actuele klachtenpatroon - al dan niet bij gebruik van
medicatie - en de prognose.
6.3.1 Asymptomatisch kransvatlijden
Het betreft personen bij wie aanwijzingen zijn
gevonden bijvoorbeeld bij een inspanningstest
(elektrocardiogram) voor het bestaan van
kransvatlijden. In deze gevallen is steeds een
specialistisch rapport vereist. De maximale
geschiktheidstermijn bedraagt tien jaar.
6.3.2 Chronische stabiele angina pectoris
Bij rijbewijzen van groep 1 is voor de
geschiktheidsbeoordeling de aantekening van de keurend arts
voldoende. Voor groep 2 is steeds een
specialistisch rapport vereist. Bij personen met lichte tot
matige klachten bedraagt de maximale geschiktheidstermijn
voor groep 1 vijf jaar; zij zijn in beginsel ongeschikt voor
rijbewijzen van groep 2. Personen met ernstige klachten (NYHA
klasse 3 en 4) zijn ongeschikt voor ieder rijbewijs.
6.3.3 Instabiele angina pectoris
Ongeschikt voor elk rijbewijs.
6.3.4 Hartinfarct
Personen die een hartinfarct hebben doorgemaakt
zijn ten minste de eerste vier weken na het infarct
ongeschikt. Of en in hoeverre zij na deze periode
geschikt zijn, hangt af van het klachtenpatroon en van de
prognose (zie ook vorige paragrafen).
6.4 Cardiomyopathie
Een specialistisch rapport is altijd vereist.
Personen met beginnende cardiomyopathie kunnen met goede
medicatie jaren gevrijwaard blijven van klachten. Bij
goedkeuring (bij NYHA klasse 2 alleen voor rijbewijzen van
groep 1; bij NYHA klasse 3 en 4 altijd ongeschikt) is de
maximale geschiktheidstermijn vijf jaar voor groep 1 en drie
jaar voor groep 2.
6.5 Klepafwijkingen (verworven of aangeboren, al
dan niet een klepprothese).
De maximale geschiktheidstermijn voor beide groepen
rijbewijzen is tien jaar. Bij personen met klachten is
altijd een specialistisch rapport vereist.
Bij lichte tot matige klachten (NYHA klasse 2) is
de maximale geschiktheidstermijn voor groep 1 vijf jaar;
deze personen zijn in beginsel ongeschikt voor rijbewijzen
van groep 2. Personen met ernstige klachten (NYHA klasse 3
en 4) zijn ongeschikt voor elk rijbewijs.
6.6 Aangeboren gebreken van hart en grote vaten
Het gaat hierbij om gebreken als septumdefecten,
open Ductus Botalli, transpositie van de grote vaten en
coarctatio aortae. Personen bij wie het defect in de jeugd
operatief is gecorrigeerd kunnen op latere leeftijd (andere)
cardiovasculaire complicaties krijgen zoals hypertensie,
cardiomyopathie of ritmestoornissen. Zij dienen uiteraard
beoordeeld te worden op hun actuele klachten, niet op de
eerdere conditie. Afzonderlijke vermelding verdienen, de
mate en vorm van ‘shunting’ (zie hierna).
Links-rechts shunt
Personen zonder klachten zijn geschikt voor beide groepen
rijbewijzen zonder termijnbeperking.
Bij lichte klachten: geschikt voor groep 1 voor
beperkte duur tot maximaal tien jaar; voor groep 2 is een
specialistisch rapport vereist.
Rechts-links shunt (cyanose)
Voor alle categorieën is een specialistisch rapport vereist.
Bij goedkeuring geldt een beperkte
geschiktheids-termijn tot maximaal vijf jaar voor
rijbewijzen van groep 1 en maximaal drie jaar voor
rijbewijzen van groep 2.
6.7 Ritme- en geleidingsstoornissen
6.7.1 Ritmestoornissen
Als de keurling geen of slechts geringe klachten
heeft, is deze geschikt voor rijbewijzen van groep 1 voor
een termijn van maximaal tien jaar; voor groep 2 is een
specialistisch rapport vereist.
Ernstige klachten (zoals duizeligheid of
bewustzijnsstoornissen, of NYHA klasse 3 en 4) maken de
keurling ongeschikt voor elk rijbewijs.
6.7.2 Geleidingsstoornissen
Het gaat hierbij om aandoeningen als sicksinussyndroom,
bifasciculair bundeltakblok, of een tweede of
derdegraads AV-blok. In deze gevallen is steeds een
specialistisch rapport vereist; de maximale
geschiktheidstermijn bedraagt tien jaar. Personen met
ernstige klachten zijn ongeschikt voor elk rijbewijs.
6.7.3 Pacemaker
Beperking van de geschiktheidstermijn tot maximaal tien jaar.
Voor rijbewijzen van groep 2 is een specialistisch rapport
vereist.
6.7.4 Implanteerbare cardioverter-defibrillator
Voor personen bij wie een implanteerbare
cardioverter-defibrillator (ICD) is ingebracht, is altijd
een
specialistisch rapport vereist.
Deze personen zijn ongeschikt gedurende een
observatieperiode van zes maanden na implantatie. Blijkt aan
het einde van deze periode dat het apparaat geen
elektroshocks heeft afgegeven dan wel dat zich tijdens
stimulatie door de ICD geen ernstige hemodynamische
problemen hebben voorgedaan, dan kunnen bedoelde personen
voor een beperkte termijn geschikt worden verklaard voor
rijbewijzen van groep 1. De maximale geschiktheidstermijn
bedraagt daarbij vijf jaar voor personen bij wie de ICD om
een profylactische reden is ingebracht en drie jaar voor
personen bij wie de ICD met een primair therapeutisch doel
is ingebracht. Wanneer een ICD in of na bedoelde
observatieperiode één of meer stroomstoten heeft afgegeven,
geldt ongeschiktheid. Blijkt uit specialistisch onderzoek
dat deze elektroshocks terecht zijn afgegeven, dan is de
betrokkene ongeschikt gedurende zes maanden na de laatste
shock. Daarna kan goedkeuring geschieden voor maximaal drie
jaar. In geval van misplaatste shocks zijn ICD-dragers
ongeschikt, totdat de kans op dergelijke shocks voldoende is
gereduceerd door het opnieuw afstellen van de ICD. Het
laatste moet blijken uit een observatieperiode van zes
maanden na ICD-herafstelling, waarin geen elektroshocks
mogen zijn opgetreden. Daarna kan goedkeuring geschieden
voor maximaal drie jaar.
Personen met een ICD zijn in alle gevallen
ongeschikt voor rijbewijzen van groep 2. Zij kunnen voor
groep 1 alleen geschikt worden verklaard mits dit wordt
beperkt tot privé-gebruik.
6.8 Perifere vaatziekten
6.8.1 Veneuze aandoeningen
Personen met een ernstige vorm van diep veneuze
trombose zijn in het algemeen ongeschikt voor elk
rijbewijs; in ieder geval is een specialistisch
rapport vereist. Bij alle andere aandoeningen in deze
rubriek geldt geschiktheid voor beide groepen rijbewijzen,
tenzij er sprake is van bijzondere complicaties (ter
beoordeling van een specialist).
6.8.2 Arteriële aandoeningen
Het betreft hier aandoeningen als aneurysma aortae,
uitgebreide arteriosclerose, ziekte van Raynaud, de ziekte
van Buerger en scleroderma. Voor de geschiktheidsbeoordeling
kan volstaan worden met de aantekening van de keurend arts.
Personen die al dan niet na behandeling geen of geringe
klachten hebben kunnen worden goedgekeurd voor rijbewijzen
van groep 1 met een maximale termijn van tien jaar, en voor
rijbewijzen van groep 2 met een termijn van vijf tot tien
jaar.
6.9 Onbegrepen, mogelijk circulatoir veroorzaakte
syncope
Personen met dergelijke klachten zijn ongeschikt
voor alle rijbewijzen zo lang de diagnose onzeker is en er
geen effectieve behandeling is ingesteld (of anderszins de
klachten verdwijnen). Voor groep 1 geldt een klachtenvrije
periode van een jaar, voor groep 2 van vijf jaar. Zie ook
paragrafen 7.3 en 8.5.
|