| Hartrevalidatie
|
||||||
| Het krijgen van een hartinfarct is een ingrijpende
gebeurtenis. Niet alleen heeft het invloed op het lichaam, maar vaak
spelen ook gevoelens als onzekerheid en angst een rol. De patiënt moet
weer vertrouwen krijgen in zijn eigen lichaam. Hij (of zij) moet leren op
welke manier moet worden omgegaan met de hartziekte. Ook de partner,
familie en vrienden moeten leren omgaan met de veranderde situatie.
Hartrevalidatie is bedoeld om de patiënt én de naaste omgeving te begeleiden na het hartinfarct. Hartrevalidatie stelt de patiënt en de naasten in staat om het dagelijkse leven weer op te pakken binnen de eigen mogelijkheden en grenzen. Niet alle patiënten hebben revalidatie nodig. Tijdens het eerste bezoek aan het revalidatiecentrum wordt gekeken naar de behoeften van de patiënt en de punten die aandacht nodig hebben. Wanneer voor de patiënt revalidatie nodig is wordt een persoonlijk revalidatieprogramma opgesteld met zijn eigen revalidatiedoelen. De revalidatie wordt verzorgd door een multidisciplinair team. Dat wil zeggen dat meerdere hulpverleners betrokken zijn. U kunt daarbij denken aan de revalidatiearts, de fysiotherapeut, de diëtist, de psycholoog en de maatschappelijk werker. Meestal gebeurt de revalidatie poliklinisch. Het programma duurt twee tot drie maanden, met drie tot vier bezoeken per week. Aangezien het hartinfarct ook invloed heeft op de naaste omgeving, is de partner, of iemand anders uit de naaste omgeving, van harte welkom om mee te komen. |
||||||
| Mogelijke revalidatiedoelen
|
||||||
|
||||||
| Het lichaam krijgt een klap door het hartinfarct. Het hart
heeft immers als functie om zuurstofrijk bloed door het lichaam te pompen.
Met deze zuurstof wordt glucose (=brandstof voor het lichaam) verbrand en
dit geeft het lichaam energie. Door het infarct is een gedeelte van het
hart afgestorven. Afhankelijk van de plaats en de grootte van het infarct
zal het hart aan pompkracht verliezen. De mate waarin dit gebeurt zal voor
elke patiënt anders zijn (zie ook ejectiefractie). Door de verminderde
pompkracht zal de patiënt klachten van moeheid en afgenomen
uithoudingsvermogen kunnen ervaren. Tijdens de hartrevalidatie worden het
uithoudingsvermogen en de beperkingen van de patiënt bepaald. De patiënt
wordt begeleid in het leren omgaan met zijn beperkingen.
Bewegingsprogramma's zijn gericht op het verbeteren van de conditie en op
het plezier beleven in bewegen. Als het revalidatieprogramma is afgelopen
is het namelijk de bedoeling om het bewegen voort te zetten. Regelmatig
bewegen verkleint immers de kans op een herhaling van een infarct.
|
||||||
|
||||||
| Na een hartinfarct treden vaak klachten van angst en
depressie op. Dit kan veroorzaakt worden door onzekerheid over wat nog mag
en kan na een infarct. Klachten van slapeloosheid, minder zin in seks,
prikkelbaarheid of lusteloosheid belemmeren de patiënt om van het leven
te genieten. De patiënt krijgt tijdens de revalidatie informatie over
zijn mogelijkheden. Ook wordt de patiënt begeleid in het omgaan met deze
gevoelens en het hervinden van emotioneel evenwicht. De patiënt wordt
geleerd om rekening te houden met de ziekte zonder zichzelf onnodig te
beperken. Verder is er aandacht voor de naasten, zoals de partner,
familieleden en vrienden. Ook zij moeten leren omgaan met de veranderde
situatie.
|
||||||
|
||||||
| Na een hartinfarct kan de patiënt een tijd niet werken, hij of zij moet bijkomen van het hartinfarct. Ook sporten en andere vrijetijdsbestedingen zullen op een laag pitje staan. Tijdens de revalidatie zal gekeken worden wat de mogelijkheden van de patiënt zijn om het werk te hervatten en de hobby's op te pakken. De uiteindelijke beslissing, wanneer weer te beginnen met werken, ligt bij de bedrijfsarts. | ||||||
|
||||||
| Tijdens de revalidatie wordt de patiënt begeleid in het
verminderen van risicofactoren. Risicofactoren zijn leefgewoonten (bijvoorbeeld
roken, weinig bewegen) of lichamelijke condities (bijvoorbeeld te hoge
bloeddruk, te hoog aan cholesterol) die de kans op een herhaling van een
infarct vergroten. Er worden intensieve 'stoppen met roken' cursussen
gegeven. Ook is het belangrijk om gezond te eten. Mensen met overgewicht
zullen begeleid worden door een diëtist. Factoren die stress of
somberheid veroorzaken worden in kaart gebracht. Het revalidatieteam zal
samen met de patiënt bekijken hoe deze factoren verminderd kunnen worden.
Na het voltooien van het revalidatieprogramma wordt het aangeraden om het geleerde voort te zetten. Blijven bewegen en sporten, niet meer roken en gezond eten verminderen de kans op een herhaling van een infarct. |
||||||
| Voor meer informatie: | ||||||
|
||||||
|
||||||