MISSION! Verbeteren van de zorg voor patiënten met een hartinfarct, Leiden

 

Informatie voor professionals (vervolg): Opzet van het project


Naar ons idee moet MISSION! aan een aantal voorwaarden voldoen, wil het project succesvol zijn: 

  • Het MISSION! protocol moet gebaseerd zijn op "evidence based medicine". Dit bereiken we door implementatie van de internationale guidelines voor de behandeling van het acute hartinfarct. 

  • Het protocol moet patiënt gericht zijn en voor iedereen eenvoudig hanteerbaar zijn. 

  • MISSION! moet logistiek haalbaar zijn. Dit vraagt een optimale samenwerking tussen alle regionale zorgverleners. 

Het MISSION! protocol loopt door tot één jaar na het hartinfarct en bestaat uit een preklinische, klinische en poliklinische fase. In de flowchart kunt u de opzet van het project zien. 

Een aantal aspecten uit deze MISSION! flowchart worden hieronder belicht.

 

1)  De triage van patiënten met een acuut hartinfarct gebeurt al thuis bij de patiënt.
Hoe eerder de diagnose van een acuut hartinfarct bekend is, hoe sneller een adequate behandeling kan worden ingezet. De patiënt met pijn op de borst belt de huisarts of 112. Zodra de ambulance ter plekke is wordt een electrocardiogram gemaakt. Het electrocardiogram wordt gefaxt naar het LUMC, wanneer er verdenking is op een acuut hartinfarct. Het LUMC zal binnen vijf minuten de ambulance verpleging een antwoord geven of de patiënt in aanmerking komt voor een primaire dotterprocedure. Zo ja, dan wordt de patiënt direct naar de CCU van het LUMC gebracht. Zo worden onnodige vertragingen voorkomen. Voorbeelden van onnodige vertragingen zijn: diagnostiek op een Spoed Eisende Hulp van een ziekenhuis zonder dotterfaciliteiten, als de diagnose en de nodige behandeling bij de patiënt thuis al bekend is. Vervolgens de tweede ambulancerit van een ziekenhuis zonder dotterfaciliteiten naar één met dotterfaciliteiten en de wachttijden op het Centrum Eerste Hulp van het LUMC zelf. Bij een hartinfarct geldt immers: hoe sneller een adequate behandeling wordt ingezet, hoe effectiever deze behandeling zal zijn. Time is muscle! Patiënten met een beperkt infarct, die niet in aanmerking komen voor een dotterprocedure, gaan naar het dichtstbijzijnde regionale ziekenhuis en krijgen aldaar thrombolyse (of krijgen reeds thrombolyse in de ambulance).

 

2)  Optimale combinatie van hartmedicatie

Een optimale combinatie van medicijnen na een hartinfarct bestaat uit aspirine, clopidogrel, een statine, een bètablokker en een ACE-remmer. Deze medicijnen hebben bewezen de kans op een herhaling van een hartinfarct en sterfte te verkleinen. Onlangs is de SOLID studie gepubliceerd (Netherlands Journal of Cardiology, Vol 12, jan 2004). Hierin wordt beschreven dat slechts 41% van de patiënten, die in aanmerking komen voor cholesterolverlagende medicijnen ten behoeve van secundaire preventie, daadwerkelijk een adequate cholesterolverlagende therapie krijgen. 42% van de patiënten krijgt cholesterolverlagende medicijnen, maar de targets worden niet gehaald. En 11% van de patiënten krijgt helemaal geen medicatie, ondanks een goede indicatie. Een optimale combinatie van medicatie en compliance van de patiënt aan deze voorgeschreven medicijnen kan veel gezondheidswinst opleveren! De patiënt zal gestimuleerd worden om deze medicijnen goed in te nemen, ook na ontslag uit het ziekenhuis.

 

3)  Secundaire preventie in de vorm van leefstijl veranderingen

Al tijdens de ziekenhuisopname krijgen patiënten levensstijladviezen, zoals stoppen met roken, voldoende bewegen en gezond eten. Deze informatie wordt gegeven door een multidisciplinair team. Tevens wordt deze voorlichting ondersteund met zogenaamde 'care-tools'. Dit zijn hulpmiddelen die de patiënt én de zorgverlener moeten helpen bij het naleven van de richtlijnen. Zo is er een MISSION! patiëntenboekje, met informatie over andere polikliniekafspreken, hartmedicatie en gezonde voeding. Posters met leefstijladviezen attenderen de patiënt en zijn naasten over het belang ervan. Op deze MISSION! website kunnen patiënten zelf informatie vinden over de ontstaanswijze van het hartinfarct, hun eigen rol in de secundaire preventie en beschrijvingen over onderzoeken. De patiënt wordt hierdoor actief betrokken in zijn ziekteproces en het voorkomen van een recidief.

 

4)  Alle MISSION! patiënten worden aangemeld voor Hartrevalidatie

Spijtig genoeg wordt momenteel minder dan de helft van de patiënten, die volgens de richtlijnen in aanmerking komen voor Hartrevalidatie, daadwerkelijk aangemeld voor een Hartrevalidatieprogramma. In het MISSION! project worden alle patiënten aangemeld voor Hartrevalidatie. Aldaar kan een adequate screening plaatsvinden op de individuele behoefte en noodzaak voor Hartrevalidatie na het hebben doorgemaakt van een hartinfarct. Niet alle patiënten hebben revalidatie nodig. Andere patiënten hebben meer moeite om het dagelijks leven weer op te pakken. Dit kan zijn door achteruitgang in lichamelijke conditie na het hebben doorgemaakt van het hartinfarct of door gevoelens van angst en onzekerheid. Ook moet de rol van het hartinfarct op de naaste omgeving van de patiënt niet worden vergeten. Tijdens de Hartrevalidatie leert de patiënt zijn eigen grenzen kennen en zijn inspanningsvermogen te vergroten. Ook wordt aandacht besteed aan het psychosociale aspect. Hartrevalidatie stelt de patiënt en de naasten in staat om het dagelijkse leven weer op te pakken binnen de eigen mogelijkheden en grenzen.

 

5)  MISSION! polikliniek

Alle gedotterde patiënten zullen worden teruggezien op de MISSION! poli. In het eerste jaar zal dit vier keer zijn (zie MISSION! flowchart). Vooraf zullen protocollair vastgelegde onderzoeken worden verricht om de cardiale toestand van de patiënt te objectiveren. Door een multidisciplinair team zal zowel aandacht worden besteed aan het medisch aspect, als ook aan de vooruitgang in levensstijlveranderingen en de compliance met de voorgeschreven medicatie.

 

6)  MISSION! analyse

Alle gegevens zullen worden opgeslagen in een elektronische database. De gegevens zullen prospectief worden geanalyseerd. Er zal worden gekeken of de resultaten overeenkomen met het initieel ontwerp van MISSION! én of de zorg voor patiënten met een acuut hartinfarct daadwerkelijk verbetert door implementatie van MISSION!
 

Regionale hulpverleners betrokken bij MISSION!

Leids Universitair Medisch Centrum, Leiden
Rijnland Ziekenhuis, Leiderdorp
Diaconessenhuis Leiden
Groene Hart Ziekenhuis, Gouda
Bronovo Ziekenhuis, Den Haag
Rijnlands Revalidatie Centrum, Leiden
Regionaal Centrum voor Hartrevalidatie, Bronovo Ziekenhuis, Den Haag
Ambulancedienst Midden-Holland, Leiden
Ambulancedienst Zuid-Holland
Gebroeders de Jong B.V.
Ambulancedienst Rijn & Venen
Ambulancedienst AZN
Nederlandse Vereniging voor Cardiologie
Nederlandse Hartstichting
 

MISSION! Tijdsplanning 2004

Patiënten met een acuut hartinfarct worden in het LUMC sinds februari 2004 reeds behandeld volgens het klinisch en poliklinisch gedeelte van het MISSION! protocol. In augustus 2004 wordt gestart met het preklinisch gedeelte van het MISSION! protocol. Van augustus 2004 tot en met november 2004 zal een MISSION! pilotstudie met de regionale ambulancedienst plaatsvinden. Deze pilot zal geëvalueerd worden. Vanaf januari 2005 zal het gehele MISSION! protocol, zowel preklinisch, klinische als poliklinisch in de praktijk werkzaam zijn.