Inleiding
Deze webpagina geeft u informatie over het Electro-Fysiologisch
Onderzoek (EFO), een onderzoek naar hartritmestoornissen. Het
onderzoek wordt verricht om informatie te krijgen over het soort
ritmestoornis en over de plaats in het hart waar deze ontstaat. Om
een EFO te kunnen uitvoeren worden vanuit de lies of vanuit de hals,
via de bloedvaten, dunne slangetjes (catheters) naar het hart
opgeschoven. Hierna volgt in sommige gevallen ook een behandeling.
Het is van te voren niet met zekerheid te zeggen of er een
behandeling zal plaatsvinden. Dit hangt onder meer af van de
uitkomst van het onderzoek. Ook daarover krijgt u informatie op deze
webpagina.
|
Algemeen
Voor dit onderzoek wordt u 2 - 3 dagen opgenomen in het Leids
Universitair Medisch Centrum (LUMC), op de afdeling Cardiologie. Op
de opnamedag wordt u voorbereid voor het onderzoek, dat de volgende
dag plaatsvindt. In principe mag u aan het eind van de tweede dag of
aan het begin van de derde dag weer naar huis, mits er geen
complicaties optreden.Belangrijk!
Bij het onderzoek wordt gebruik gemaakt van röntgendoorlichting.
Indien u zwanger bent, is het belangrijk dat u dit tijdig aan uw
cardioloog doorgeeft, zodat het onderzoek op een ander tijdstip kan
worden gepland. Het is namelijk beter het ongeboren kind niet aan
röntgenstralen bloot te stellen. Bij het onderzoek wordt gebruik
gemaakt van heparine, een bloedverdunnend middel. Indien u tijdens
de opname een menstruatie verwacht dan is het belangrijk dat u dit
direct na de oproep doorbelt aan de afdelingssecretaresse. Het
onderzoek wordt dan op een andere datum gepland. Uw arts heeft u al
ingelicht over het onderzoek. Op deze webpagina kunt u de informatie
nog eens rustig nalezen. Heeft u nog vragen, stel ze dan aan uw
cardioloog. Deze is bekend met uw specifieke situatie.
|
Voorbereiding thuis
Medicijnen
Het kan zijn dat de cardioloog met u afspreekt het gebruik van
de medicijnen tegen ritmestoornissen enkele dagen voorafgaand aan
het onderzoek te stoppen. Dit om de ritmestoornissen tijdens het
onderzoek gemakkelijker te kunnen opwekken. De overige medicijnen
kunt u rustig blijven innemen. Indien u antistolling (marcoumar of
sintrommitis) gebruikt, breng dan de trombosedienst op de hoogte van
uw opname.Aanmelding
Uw behandelend cardioloog meldt u aan voor het onderzoek. U
krijgt een bevestigingsbrief thuisgestuurd waarin staat dat u op de
wachtlijst staat, wat de geschatte wachttijd is en de tijd van het
telefonisch spreekuur. U kunt dan bij de secretaresse terecht voor
eventuele vragen. Voor vragen omtrent de procedure kunt u bij uw
cardioloog terecht. U wordt ongeveer 1 ā 2 weken van te voren op de
hoogte gebracht van de opnamedatum. Bij de brief zit een extra
folder die gaat over uw opname en verblijf in het ziekenhuis.
|
|
In het Ziekenhuis |
|
Op de website van het LUMC kunt u uitgebreide
informatie vinden over uw opname in het LUMC (zie:
http://www.lumc.nl).
U wordt opgenomen op de verpleegafdeling Hartziekten, op de 9e
verdieping. |
 |
|
Voorbereiding van het onderzoek
Met uitzondering van een licht ontbijt (twee beschuitjes en een
kopje thee) om ongeveer 6.30 uur dient u voorafgaand aan het
onderzoek nuchter te zijn. De verpleegkundige scheert uw beide
liezen ter voorkomingvan huidinfecties. Voor u naar de afdeling
Hartcatheterisatie wordt gebracht, trekt u een pyjamapak aan dat u
van de verpleegkundige krijgt. Wanneer u erg tegen het onderzoek
opziet kunt u een kalmerend tabletje krijgen. Vervolgens wordt u met
uw bed naar de catheterisatiekamer gebracht.
|
|
Het elektrofysiologisch onderzoek |
De onderzoekskamer
Het onderzoek vindt plaats op de afdeling Hartkatheterisatie.
In de kamer is veel apparatuur aanwezig. Degenen die het
onderzoek uitvoeren dragen schorten die bescherming bieden
tegen röntgenstralen. Zij werken immers de hele dag met
straling. Voor u is de kleine hoeveelheid stralen niet
schadelijk. |
 |
|
Het eigenlijke onderzoek
Als de catheters op verschillende plaatsen in het hart zijn gelegd,
neemt de cardioloog plaats achter de computeropstelling, die in de
kamer staat. Via deze computer worden impulsen naar het hart
gestuurd, welke het hart volgt. U kunt voelen dat uw hart sneller
slaat, overslaat, of in de keel klopt. Met behulp van de impulsen
probeert de cardioloog de ritmestoornis waar u last van heeft op te
wekken. Dit lijkt vreemd, maar het is nodig om een goede diagnose te
kunnen stellen. In sommige gevallen gebruikt de arts naast de
impulsen ook medicijnen die de ritmestoornis helpen opwekken. Het
onderzoek duurt ongeveer één ā anderhalf uur, maar kan ook uitlopen
tot vier ā vijf uur.
|
Het inbrengen van de catheters
Tijdens het onderzoek ligt u op een zogenaamde röntgentafel.
Dez is smaller en iets harder dan uw bed. Hierna krijgt u
ECG -stickers op de borst geplakt, waarmee het hartritme
wordt bewaakt. Beide liezen worden gedesinfecteerd maar
meestal wordt het onderzoek uitgevoerd via de rechterlies.
Vervolgens wordt u afgedekt met een steriel laken. U krijgt
een injectie in de lies, waardoor de huid plaatselijk wordt
verdoofd. Als de verdoving ingewerkt is, prikt de arts één
van de bloedvaten in de lies aan (een ader) en brengt drie
pijpjes, ook wel sheaths genoemd, in. Via de sheaths schuift
de arts de catheters via de bloedbaan naar het hart. Omdat
de bloedvaten geen zenuwen bevatten, voelt u hier niets van.
Soms worden de catheters niet alleen via de lies, maar via
een bloedvat onder het sleutelbeen ingebracht. Wanneer dat
bij u het geval is, wordt dit van te voren aan u verteld
door de arts. Via de catheters wordt de electrische
activiteit van uw hart geregistreerd en uw hart gestimuleerd
om de ritmestoornis op te wekken en te lokaliseren.
|
 |
|
Het eigenlijke onderzoek
Als de catheters op verschillende plaatsen in het hart zijn
gelegd, neemt de cardioloog plaats achter de
computeropstelling, die in de kamer staat. Via deze computer
worden impulsen naar het hart gestuurd, welke het hart volgt.
U kunt voelen dat uw hart sneller slaat, overslaat, of in de
keel klopt. Met behulp van de impulsen probeert de
cardioloog de ritmestoornis waar u last van heeft op te
wekken. Dit lijkt vreemd, maar het is nodig om een goede
diagnose te kunnen stellen. In sommige gevallen gebruikt de
arts naast de impulsen ook medicijnen die de ritmestoornis
helpen opwekken. Het onderzoek duurt ongeveer één ā
anderhalf uur, maar kan ook uitlopen tot vier ā vijf uur.
|
 |
|
Na het onderzoek
Na het vaststellen van de ritmestoornis en het stellen van de
diagnose zijn er 3 mogelijkheden:
1. Het onderzoek is klaar; er is geen behandeling nodig
2. Het onderzoek is klaar; er volgt een behandeling met medicijnen
3. Het onderzoek is klaar; op een nader te bepalen moment volgt een
zogenaamde ablatiebehandeling
Hieronder worden de mogelijkheden toegelicht:
1. Er volgt geen behandeling
Naar aanleiding van het onderzoek besluit de cardioloog om geen
behandeling toe te passen. Dit wordt met u besproken.
2. Er volgt een behandeling met medicijnen
U krijgt medicijnen voorgeschreven en zo nodig wordt het onderzoek
later herhaald. Dit wordt met u besproken.
3. Er volgt een ablatie-behandeling De derde mogelijkheid is dat
de arts na het stellen van de diagnose de ritmestoornis gaat
behandelen met de zogenoemde RF-ablatie techniek. Soms vindt de
ablatie direct aansluitend aan het EFO plaats, maar meestal is
hiervoor een tweede opname noodzakelijk. Tijdens de ablatie zoekt de
arts met behulp van een catheter de plaats in het hart op waar de
ritmestoornissen ontstaan. Op die plaats wordt vervolgens een klein
stukje hartweefsel uitgeschakeld. Dit gebeurt met behulp van een een
electrische stroom die via de catheter loopt en in zekere zin het
weefsel wegbrandt. Op deze manier wordt de oorzaak van de klachten
weggenomen en is de ritmestoornis definitief behandeld. Tijdens deze
behandeling kunt u een branderige pijn op de borst voelen. Die pijn
verdwijnt na korte tijd vanzelf weer. Voor uitgebreide informatie
omtrent de ablatie verwijzen we u naar de ablatiebrochure. Het
opzoeken van de plaats waar de ritmestoornis ontstaat kan veel tijd
in beslag nemen. Het is niet ongewoon dat de behandeling drie tot
vijf uur duurt.
|
|
Terug naar de verpleegafdeling
Einde van het onderzoek
Als het onderzoek klaar is, worden de catheters verwijderd. De
sheaths worden afgeplakt en u krijgt een drukverband om de lies.
Daarna wordt u weer in uw bed geholpen. De verpleegkundigen van de
verpleegafdeling komen u ophalen en brengen u terug naar de afdeling.
Indien nodig wordt uw hartritme onderweg bewaakt.
|
Bedrust
Als u terug bent op de afdeling, mag u weer gewoon eten en
drinken. Vanwege het drukverband moet u plat blijven liggen
gedurende 4 uur. De zaalarts haalt de sheaths uit uw lies en
drukt de lies af gedurende ongeveer 10 minuten. Hierna legt
de verpleegkundige een drukverband aan. Dit drukverband
blijft gedurende 4 uur om uw lies zitten. Zolang het
drukverband aanwezig is moet u uw been stil laten liggen.
Dit vinden veel patiënten niet prettig. Na 4 uur wordt het
verband verwijderd en mag u weer uit bed komen. De
verpleegkundige controleert regelmatig uw bloeddruk en het
verband in de lies. Ook wordt bij u nog een hartfilmpje
gemaakt ter controle. |
 |
|
Als u terug bent op de afdeling, mag u weer gewoon eten en drinken.
Vanwege het drukverband moet u plat blijven liggen gedurende 4 uur.
De zaalarts haalt de sheaths uit uw lies en drukt de lies af
gedurende ongeveer 10 minuten. Hierna legt de verpleegkundige een
drukverband aan. Dit drukverband blijft gedurende 4 uur om uw lies
zitten. Zolang het drukverband aanwezig is moet u uw been stil laten
liggen. Dit vinden veel patiënten niet prettig. Na 4 uur wordt het
verband verwijderd en mag u weer uit bed komen. De verpleegkundige
controleert regelmatig uw bloeddruk en het verband in de lies. Ook
wordt bij u nog een hartfilmpje gemaakt ter controle.
|
|
Weer naar huis Als alles naar wens
verloopt, kunt u aan het eind van de dag waarop het onderzoek heeft
plaatsgevonden weer naar huis. U krijgt een voorlopige uitslag en er
wordt voor u zonodig een afspraak gemaakt voor een bezoek aan de
polikliniek. Zorg ervoor dat iemand u met de auto komt ophalen.
Vanwege het wondje in uw lies is het af te raden om zelf een auto te
besturen. Thuis kunt u alles doen wat u gewend bent, doe echter de
eerste dagen niet aan sport en voorkom zwaar tilwerk.
|
|
Tot slot Complicaties
Aan de meeste medische ingrepen zijn risicos verbonden. Ook bij
electro-fysiologisch onderzoek en ablatie-behandeling kunnen
complicaties optreden. De risicos zijn per patiënt verschillend, in
het algemeen zijn ze gering te noemen. Dit wordt met u besproken
door de afdelingsarts op de dag dat u wordt opgenomen.
Vragen?
Wanneer u na het lezen van deze webpagina nog vragen hebt, kunt u
terecht bij uw behandelend cardioloog. Als u opgenomen bent kunt u
ook terecht bij de verpleegkundige en de zaalarts op uw afdeling. De
arts die het onderzoek en de behandeling uitvoert, vertelt u steeds
wat er gaat gebeuren. U kunt ook dan nog vragen stellen.
|
|
Terug naar: Informatie over
onderzoek en behandelingen
>> |